Trouw – Boeren en gemeenten slepen de provincie Noord-Brabant voor de rechter. Door de strengere regels voor megastallen kunnen ze hun bedrijf niet meer verplaatsen. Sommigen zitten op een zeer onhandige plek, zoals Wim Maas in hartje Leende.

Het debat in Provinciale Staten in Brabant duurt tot ver in de avond. De sfeer is die van een revolte. De publieke afkeer van grote veehouderijen groeit, en op 19 maart 2010 gaat Noord-Brabant als eerste provincie megastallen verbieden. De Statenfracties van PvdA en VVD komen, gesteund door de SP, in opstand tegen hun eigen provinciebestuur en coalitiepartner CDA. Na een lange reeks stemmingen is het duidelijk: een stal in Brabant mag nog maar 1,5 hectare groot zijn. Een historische beslissing. De Staten leggen de boeren nog een belangrijke beperking op: geen enkel veebedrijf mag zich nog vestigen op een plek waar nu geen veeboer zit.

Wim Maas in Leende baalt als een stekker, als hij dat hoort. Al in 2006 kocht hij voor een fors bedrag grond buiten het dorp, om zijn bedrijf verhuizen. De gemeente Heeze-Leende en de provincie wilden dat graag, maar het plan is in 2008 in de ambtelijke molen van de provincie blijven hangen. Nu ziet hij het in rook opgaan. Maas wil geen megastal, maar de nieuwe regels raken hem wel. Op zijn nieuwe perceel zit nu geen veebedrijf, en dus mag Maas er niet heen.

En dat terwijl hij juist een boerderij wil weghalen op een zeer ongelukkige locatie. Als Maas naar buiten loopt, ziet hij tegenover zich een sigarettenzaak, en rechts de kerktoren van Leende. Pal naast zijn bedrijf staan woonhuizen. Hier, midden in het dorp, houdt Maas tweehonderd zeugen en duizend biggen.

Veel collega’s hebben een vergelijkbaar probleem. Ze boeren vlakbij dorpen of natuurgebieden. Daar zitten er fout, vond de provincie in het verleden. Sommige boeren maakten plannen om te vertrekken. Maar twee jaar geleden veranderde het beleid van de provincie, en nu zitten zij vast op hun oude stek. Noord-Brabant maakt zich nu op voor een forse juridische strijd. Boeren en gemeenten hebben samen ruim dertig keer beroep aangetekend tegen de nieuwe regels. Morgen behandelt de Raad van State de eerste vier zaken.

In Leende was er eerst de boerderij, de wijk rukte pas later op. Vanwege ruimtegebrek bouwde de vader van Maas in de jaren zeventig al een ‘varkensflat’: de helft van de dieren zit in een verdieping bovenop de stal. Verder uitbreiden gaat niet. Sinds hij het bedrijf in 1994 overnam, zoekt Maas-junior naar een nieuwe plek. “Ik wil niet veel groter. Ik wil het in mijn eentje kunnen doen. Vierhonderd zeugen, dat zou mooi zijn”, zegt Maas. Een sterke ammoniakgeur prikt in de neus als hij de deur van zijn stal opendoet. Tot ver in de Broekerstraat ruik je het, weet Maas. “De buurt is eigenlijk heel coulant. Ze klagen niet over ons.”

Of het stinkt? “Da hoefde toch nie te vragen”, antwoord een buurvrouw in het Brabants. Ze wil niet met haar naam in de krant. Ze steekt haar duim omhoog. “Het zijn zó’n buren. Alleen jammer dat hij dat bedrijf heeft staan.” Zo denken de meesten erover.

Wethouder Wilma van der Rijt (CDA) van Heeze-Leende maakt zich zorgen om de gezondheid van de buurt. “Iedereen is het erover eens, zo’n bedrijf moet je niet willen in een kern”, zegt ze. In de directe omgeving van de boerderij is volgens de GGD ernstige geurhinder. Geurhinder kan vermoeidheid, hoofdpijn en zelfs depressie veroorzaken, stelt de GGD in een advies aan de gemeente.

Die overlast voorkomen, dat was nou juist de gedachte achter het oude verplaatsingsbeleid onder de naam ‘reconstructie’. De overheid ging veehouderij concentreren in landbouwontwikkelingsgebieden (LOG’s). Vlakbij natuurgebieden en dorpen moesten ze juist verdwijnen.

Door buffers tussen de ontwikkelingsgebieden slaan dierziekten minder snel over van het ene op het andere gebied. In de dorpen vermindert de stank en vervuiling, en de kans op besmetting met een dierziekte die ook voor de mens gevaarlijk is. Dat was tenminste het idee.

“De reconstructie is mislukt”, zegt Mieke Geeraedts, fractievoorzitter van de VVD in de Brabantse Staten. Dat komt omdat de provincie is bezweken onder druk van de boerenorganisatie ZLTO, zegt Geeraedts. “De oorspronkelijke plannen zijn verruimd. Daardoor hadden boeren ook buiten de LOG-gebieden nog teveel mogelijkheden om uit te breiden. Een verplaatsing kost geld, en boeren bleven daarom zitten waar ze zaten. Die LOG’s kwamen nooit van de grond.”

Ondertussen groeide onder de plattelandsbevolking de aversie tegen de intensieve veehouderij in hun achtertuin. De Q-koorts, die wordt overgedragen van geit op mens, maakte veel Brabanders ziek. Dat gaf het burgerinitiatief tegen megastallen vleugels. Ruim 33.000 mensen zetten hun handtekening. Zo veranderden ze de koers van de Brabantse politiek.

Boer Maas vindt die omslag ‘niet netjes’. Hij zit nu met een lap grond die hij niet mag gebruiken voor zijn varkens. “Ik heb er maïs opstaan, maar daarvan kan ik de rente op de lening nog niet betalen. En van het bedrag dat ik heb uitgegeven, daar koop je een knap huis voor, hoor.” Bovendien heeft hij duizenden euro’s uitgegeven aan de onderzoeken die nodig waren voor hij zou kunnen bouwen – een archeologisch onderzoek bijvoorbeeld. Maas kan het zich niet meer veroorloven alsnog grond met een bestaand bedrijf te kopen.

Maas doet zijn verhaal aan de keukentafel. Er zitten vlekken op het behang, en het beige keukenblok heeft zijn beste tijd gehad. “Mijn vrouw heeft het soms helemaal gehad met die rotzooi hier”, bekent Maas. Met het oog op het vertrek, investeert hij al jaren zo min mogelijk in zijn boerderij. Wat voor de keuken geldt, geldt ook voor de stal. Maas had op zijn nieuwe locatie allang geld uitgegeven om het welzijn van de dieren te vergroten, en zijn uistoot van fijnstof terug te dringen, zegt hij.

Met het schrappen van de reconstructie is het kind met het badwater weggespoeld, vindt ZLTO. “Er valt best kritiek te geven op onze lobby ten tijde van de reconstructie”, erkent woordvoerder Maarten Leseman. “Het klopt dat er voor boeren onvoldoende prikkel was om weg te gaan. Maar het komt ook door de bureaucratie.” Volgens Leseman was er een lijst met veertig bedrijven die weg zouden moeten uit de kwetsbare omgeving waar ze zaten. “Daarvan zijn er uiteindelijk maar drie verplaatst.” Maar: andere boeren maakten wel plannen, en kochten soms al grond, zoals Maas. Het overleg met de provincie en gemeente was in volle gang toen het nieuwe beleid roet in het eten gooide.

De toenmalig CDA-gedeputeerde van ruimte, Ruud van Heugten, verzette zich in 2010 daarom fel tegen de plannen van de Staten. Hij wilde niet de hele reconstructie weggooien, maar nieuwe bedrijven in de landbouwontwikkelingsgebieden blijven toestaan. Zo konden boeren op slechte locaties daarheen verhuizen. “Er moet wat te schuiven overblijven”, vond hij.

VVD’er Geeraedts was een van de drijvende krachten achter ‘het oproer’ in de Staten. Zij was het niet met Van Heugten eens. “Waarom die landbouwontwikkelingsgebieden nog verpesten? Dat zijn vaak hartstikke mooie landelijke gebieden”, vindt ze. “Er zijn ontzettend veel bedrijven die ermee ophouden. Er komen daardoor meer dan genoeg bestaande locaties beschikbaar voor boeren die willen verhuizen.”

Door de vergrijzing zal het aantal boeren de komende jaren meer dan halveren, bevestigt ZLTO. “Je kunt op je handen gaan zitten en afwachten”, zegt woordvoerder Leseman. “Maar dan blijf je wel langer met ongewenste situaties zitten, in plaats van dat je de intensieve veehouderij voor de komende vijftig jaar op de goede plek neerzet.”

Niet alleen de boeren hebben haast met hun verhuizing. Ook hun gemeenten wachten daarop. Heeze-Leende heeft een nieuw centrumplan met woningen, een school en een dorpshuis. Maar: de nieuwbouw valt deels binnen de stankcirkel van de boerderij.

De gemeente Sint-Antonis worstelt met hetzelfde probleem. Daar liggen drie boerenbedrijven in de weg. Eentje ligt vlakbij Ledeacker. Nieuwe woningbouw is er niet mogelijk. Op een andere plek hindert een boerderij de ontwikkeling van een bedrijventerrein, dat de gemeente graag wil uitbreiden. Een derde bedrijf ligt vlakbij een natuurgebied, waar het volgens de gemeente niet thuishoort.

“Het is in het algemeen belang dat deze bedrijven verhuizen”, zegt Ans van der Burgt, consulent vergunningen van Sint Antonis. “Deze verplaatsingstrajecten zijn al in 2006 en 2007 ingezet. In twee gevallen komt het initiatief van de gemeente, in één geval van de provincie. We hebben intentieovereenkomsten met de boeren getekend.”

Noord-Brabant maakt een uitzondering voor ‘lopende zaken’, maar de regels voor zo’n ontheffing zijn streng. Vijftig boeren claimden dat ze al conrete verhuisplannen hadden toen de regels veranderden. Met steun van hun gemeente klopten ze bij de provincie aan. Slechts de helft kreeg een ontheffing.

Sint Antonis had daarvoor niet genoeg bewijs. “Als je samen tot overeenstemming komt, dan ga je als boer niet nog even een briefje sturen”, verklaart Van der Burgt. Sint Antonis denkt erover om een schadeclaim tegen de provincie in te dienen. Van der Burgt: “We hebben hier veel werk en kosten aan gehad.”

Terug naar het bedrijf van Maas, in hartje Leende. “Die situatie is ongewenst”, erkent VVD’er Geeraedts. “Maar er zijn er een heleboel niet-gewenst. We moeten kijken hoe we dat in individuele gevallen oplossen. De boeren zullen dan aan nog veel zwaardere criteria moeten voldoen”, vindt ze. Als een boer zijn bedrijf zo duurzaam en diervriendelijk mogelijk maakt, en bovendien tot een akkoord komt met omwonenden van zijn nieuwe stek, dan moet de provincie een uitzondering maken, vindt Geeraedts. Haar VVD-gedeputeerde werkt aan een lijstje met criteria, weet ze. In het voorjaar komt hij met een voorstel.

En zo kan het straks misschien toch: een stal groter dan anderhalf hectare – of een vestiging op nieuwe grond, zoals Maas wil. “Dat biedt mogelijkheden”, reageert hij. “Mijn plannen waren behoorlijk duurzaam.” Maar meer nog hoopt hij dat de Raad van State zijn zaak snel behandelt. Die sleept hem al lang genoeg.

En als hij bakzeil haalt? Maas schopt zijn klompen uit, en haalt zijn schouders op. “Het gevaar bestaat dat ze ooit alsnog de tent sluiten hier. Maar tot die tijd draai ik verder.”

‘Liever niet op maagdelijke grond’

De Brabantse Milieufederatie tekende bezwaar aan tegen de verhuizing van de boerderij van Wim Maas. Volgens de BMF gaat het om een forse uitbreiding: van één vijfde hecate naar anderhalf hectare op de nieuwe locatie. De milieufederatie heeft bezwaar tegen het ruimtegebruik, de ammoniakuitstoot en de verkeersbewegingen die samenhangen met zo’n bedrijf.

Ook voor bedrijven die dicht bij kwetsbare natuur zitten, is het lastiger geworden om te verhuizen. Maar BMF vindt het belangrijker dat boeren geen ‘maagdelijke grond aansnijden’ voor veehouderij, en staat daarom achter de strenge provinciale regels, zegt medewerker Hetty Gerringa.

30 zaken tegen Noord-Brabant

Brabant heeft sinds 2010 strengere regels voor boeren die hun bedrijf willen verplaatsen. Kunnen die door de beugel, of botsen ze met het oude reconstructiebeleid? Boeren en gemeenten hebben samen ruim dertig zaken aangespannen. Morgen buigt de Raad van State zich over de eerste vijf daarvan. Wim Maas uit Leende zit daar nog niet bij. Wel twee zaken uit Sint-Anthonis, een uit Gilze en Rijen en een collega uit Heeze-Leende. Uit de uitspraak, binnen zes weken, blijkt of ook andere beroepen kans maken.

De Raad van State deed in augustus al uitspraak in drie andere zaken. Daarbij ging het niet om verplaatsingen, maar bedrijven die wilden uitbreiden op hun huidige locatie. De rechter gaf de provincie toen gelijk.

Brabant wil regels megastallen versoepelen