Trouw – Zeug 791 snuffelt aan de loopplank, en blaast wat zaagsel voor zich uit. “Ga maar naar je biggen”, moedigt Kees Scheepens aan. Haar kroost is al aan boord van de aanhanger, maar zeug 791 zet zich schrap. “Dan mag ’ie naar buiten, en dan wil ’ie niet”, verzucht de Oirschotse boer.
Zoveel tegenzin als zijn zeug tentoonspreidt, zo enthousiast is Scheepens. Al vijf jaar wil hij van reguliere varkenshouderij overschakelen naar biologische, en vandaag verhuizen zijn 35 dieren eindelijk naar het nieuwe bedrijf. “Ik voel de adrenaline.”
Eerst moest moest Scheepens een geschikte lap grond vinden. Varkens houden niet van een vochtige bodem. Ook het regelen van vergunningen was lastig. Maar dat Scheepens nu kan overschakelen, komt in de eerste plaats door de consument, die meer biologisch vlees eet.
Vroeger waren er teveel varkensboeren met biologische aspiraties. Zij kwamen net als Scheepens op een wachtlijst terecht, omdat de vraag achterbleef. Dat is nu voorbij. Sinds 2007 is de vraag jaarlijks met ruim 10 procent gestegen, ondanks de recessie. In de eerste maanden van dit jaar was de toename zelfs één derde.
Scheepens loopt een rondje door de oude stal. Hij woelt met twee handen door het rughaar van zijn oudste zeug. Een rilling van genot trekt langs haar ruggengraat. “Wat ik doe, moet voor mezelf deugen”, vertelt Scheepens. “Het begon bij mij te knagen in de varkenspesttijd. Ik ben ook dierenarts, en moest honderden biggen met een naald in het hart doodspuiten. Toen besefte ik dat het anders moet. De oude manier van varkens houden gaat tegen mijn geweten in. Een varken moet natuurlijk gedrag kunnen vertonen.”
Vooral zijn oude kraamkamers werden hem een doorn in het oog. De moeder staat in een metalen constructie waarin ze nauwelijks kan bewegen, om te voorkomen dat ze op hun biggen gaan liggen. In het nieuwe verblijf is zoveel ruimte, dat die stangen niet meer nodig zijn. Scheepens: “Als ik niet had kunnen overschakelen, was ik ermee gestopt. En ik was de afgelopen tijd echt bang dat ik ze allemaal naar de slacht zou moeten brengen.”
Dat boeren graag willen, komt door de schaalvergroting in de gewone veehouderij, denkt Jan Leijen van De Groene Weg. Zijn bedrijf is de grootste leverancier van biovlees aan de supermarkten. “Het moet allemaal steeds meer en groter. Maar veel boeren ambiëren dat niet.” Biologische bedrijven kunnen ook rondkomen met een lager aantal dieren.
Leijen verwacht dat ook de vraag de komende jaren blijft stijgen. “Consumenten vinden het belangrijk dat het dier een beter leven heeft, maar willen ook zelf gezond en antibiotica-vrij eten. In België, Frankrijk en Duitsland wordt veel meer geld aan eten uitgegeven. In Nederland is eten vaak een sluitpost – de vakantie is belangrijker.” Er is dus ruimte voor groei, concludeert Leijen. Al zal ‘biologisch’ volgens hem een nichemarkt blijven. Op dit moment gaat het om 2 procent van de totale vleesproductie.
De nieuwe stal van Scheepens is een enorm weiland met kleine houten hutjes. De boer kruipt uit één van die hutjes, om zeug 791 gerust te stellen. “Kom maar”, zegt hij.
Ieder moedervarken heeft in de hutjes een eigen ‘nest’. De zeugen en biggen kunnen vrij in- en uitlopen. Scheepens is de enige in Nederland met dit systeem, dat de dieren nog meer bewegingsruimte geeft dan een ‘normale’ biostal. De ruimte per ‘gezin’ neemt toe van 3,5 meter in de oude boerderij, naar 600 in de nieuwe.
Inmiddels heeft ook zeug 791 het voordeel daarvan ingezien. In het hutje is ze druk met stro in de weer. Scheepens zakt door zijn knieën. “Ja schatje, lekker he? Dat had je niet meer gedacht”, zegt hij. “Dit is toch prachtig? Ze gaat een nestje maken. Heeft ze nog nooit van haar leven gedaan. Ze is zielsgelukkig.” En Scheepens straalt.

Wachtlijst voor bioboeren

De Groene Weg, de biologische tak van de reguliere vleesproducent VION, had tot voor kort een wachtlijst voor biologische varkensboeren. Het grootse biovleesbedrijf deed dat op verzoek van de boeren. Zij vormen de enige biologische sector die de markt op die manier reguleren.
“Als je omschakelt zonder dat de afzet is geregeld, kom je in de problemen”, zegt Jan Donkers, voorzitter van de Vereniging Biologische Varkenshouders. “In 2002 en 2003 ging de prijs op de markt voor biologische eieren hard onderuit. Het aanbod was te groot. Het aantal biologische boeren daalde toen van 90 naar 50.” De varkensboeren willen dat voorkomen.
Een manier om de prijs kunstmatig hoog te houden, of om te voorkomen dat het biovlees concurreert met het gewone vlees van VION? Volgens Donkers is dat niet zo. De sector heeft namelijk ook met Europese concurrenten te maken, die de prijs beïnvloeden. “Wij vinden ook niet dat biologisch vlees goedkoper moet worden”, reageert Hanneke van Ormondt van Wakker Dier. “Wij willen dat goedkoop vlees duurder wordt.”
Door de toegenomen vraag is de wachtlijst inmiddels opgelost. De Groene Weg gaat echter niet actief bioboeren werven. Een boer moet er zelf voor voelen en het initiatief nemen, zo vindt het bedrijf.