Trouw – Eyes on Animals en transportbedrijven slaan de handen in een. De chauffeurs gaan – een beetje onwennig – op cursus bij de dierenactivisten. Wie vee vervoert, kan best begaan zijn met beesten.

Twee dames van de dierenrechtenbeweging zitten aan een tafel achter een projectiescherm. Het zaaltje druppelt vol met zo’n zestien mannelijke vrachtwagenchauffeurs. Ze zoeken een plekje zo ver mogelijk van de vrouwen vandaan. „ Als je vervelend bent, moet je vooraan komen zitten”, grapt Margreet Steendijk van Eyes on Animals, om het ijs te breken. De mannen lachen voorzichtig. „Het wordt misschien een beetje radicaal voor jullie”, waarschuwt Lesley Moffat.

Twee werelden komen bij elkaar, in een zaaltje boven een restaurant in het Brabantse Deurne. De komende drie uur horen de chauffeurs hoe ze diervriendelijk met hun vracht moeten omgaan. Veevervoer blijft een open zenuw. In september kwam was er ophef een Nederlandse transporteur die kampte met een defect aan het ventilatiesysteem. Driehonderd biggen overleden onderweg naar Spanje, zonder dat de chauffeur het in de gaten had.

„Wij vinden het belangrijk dat we ons werk goed doen”, zegt Willie Sleegers. „Voor onze klanten goed, voor onze dieren goed, en economisch goed.” Daarom heeft hij deze workshop geregeld. De directeur van W. Sleegers Internationaal Veetransport beschouwt zich niet als ‘dierenliefhebber’, maar redeneert pragmatisch. Hij vervoert vooral fokdieren – ruim één miljoen per jaar, in alle soorten en maten. Het is in het belang van zijn klanten dat die in goede conditie zijn als ze aankomen. De publieke opinie speelt ook een rol, erkent Sleegers. „Je krijgt het niet meer verkocht als je dieren dicht opeengepakt vervoert.”

Op het scherm is inmiddels een schaap te zien dat met één poot uit een overvolle vrachtwagen steekt. Na lang sjorren geven de mannen in beeld het op, en trekken het beest er weer uit. De chauffeurs sissen afkeurend. Daarna verdwijnt op de beelden een jonge stier in een vrachtkist onder een truck. „Ocharm”, zegt een kale man. „Het is toch niet te geloven.” Veel chauffeurs zijn begaan met beesten, zeggen ze. Juist daarom vervoeren ze geen pakken suiker, maar levende vracht. „Veel van ons zijn op een boerderij opgegroeid”, zegt Adrie Jacobs.

‘U bent verantwoordelijk voor de dieren tijdens de reis!’, verschijn in grote letters op het scherm. Dat kan lastig zijn, reageert chauffeur Erwin Scheepers. Gewonde dieren mag je niet meenemen op transport: zij lijden teveel onderweg. „Maar het is moeilijk als een boer daarover met ons in discussie gaat.” Scheepers doet in zo’n geval gewoon de klep dicht. „Maar een volgende keer neemt die boer een chauffeur die zo’n dier wel meeneemt”, weet collega Mari van Dongen.

Directeur Sleegers noemt een ander probleem. Slachtkoeien moet je eigenlijk niet op twee lagen vervoeren, vindt hij. De grootste dieren hebben dan te weinig ruimte. In het ergste geval halen ze hun rug open. „Maar je kunt niet 25 koeien gaan vervoeren, waar anderen er 50 per vrachtwagen doen. Dan red je het niet.” Via koepelorganisatie Veetrans is Sleegers een drijvende kracht achter uniforme kwaliteitsregels. Die moeten in januari voor de hele sector gelden, en over een jaar ook voor buitenlandse vrachtwagens in Nederland. Daarna kunnen ze geleidelijk strenger worden. Eyes on Animals is enthousiast over Sleegers. „Hij neemt dierenwelzijn serieus en is bereid in discussie te gaan met organisaties zoals de onze”, stelt Moffat. Bovendien werkt zijn bedrijf mee aan wetenschappelijk onderzoek naar dierenwelzijn.

Toch blijft er onenigheid. Eyes on Animals zou graag zien dat jonge dieren pas vanaf latere leeftijd vervoerd mogen worden, omdat ze onderweg geen melk kunnen krijgen. „Ik schrok ook wel dat de chauffeurs van Sleegers afgelopen juli zijn doorgereden, bij temperaturen boven de 35 graden”, zegt Moffat.

Als er nog meer misstanden in beeld verschijnen, beginnen sommige chauffeurs te morren. „Waarom laten jullie nou nooit eens zien wat er goed gaat”, zegt een oudere man. Andere chauffeurs sluiten zich daar in de pauze bij aan. „Als we voorbeelden van hoe het wél moet hadden gezien, hadden we er misschien verbeterpunten uit kunnen halen”, zegt Jan Dijkmans. „Ik vind het goed dat er aandacht voor is, maar de meeste regels kenden we al wel”, zegt Scheepers. „Maar ze wisten niet dat je dieren op meer dan 90 procent van de zwangerschap niet mag vervoeren,” reageert Moffat. „Het kennisniveau loopt erg uiteen.”

Dan is het tijd voor een slotspel. Wie een vraag over dierenwelzijn fout beantwoordt, loopt het risico een plastic dier te verliezen uit zijn speelgoedvrachtwagen. Een aantal chauffeurs stort zich vol in de strijd, anderen houden zich afzijdig. Als ze zich ten slotte lachend naar de maaltijd in het restaurant begeven, blijft de brochure ‘Levend diertransport’ op de meeste tafeltjes achter. Moffat aarzelt. „Dat is geen goed teken, he?”

‘Chauffeur moet beroepstrots terugkrijgen’

Het is een opvallende samenwerking, erkent Lesley Moffat van Eyes on Animals: dierenbeschermers die een cursus geven bij veetransporteurs. De Nederlandse organisatie geeft al langer trainingen aan ondermeer Belgische agenten, die veetransporten controleren. „Ik dacht: de training van chauffeurs is iets dat hun baas moet regelen, en niet een non-profit organisatie”, zegt Moffat.

Het Almelose Keus en Mollink klopte als eerste bij haar aan. „De directeur was bezorgd over de kennis van Europese regels onder zijn personeel. Chauffeurs krijgen iedere vijf jaar een cursus, maar die is maar één dag, en alleen theorie. Dierenwelzijn is maar een onderdeel. Na een paar jaar vergeten ze wat er in de wet staat.” Eyes on Animals bedacht daarom een extra training. Het bedrijf van Willie Sleegers is het tweede dat eraan meedoet.

Via chauffeurs kan haar organisatie veel voor dieren betekenen, realiseert Moffat zich nu. „ Zij zijn een belangrijke schakel in het vervoer, en moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Chauffeurs moeten hun beroepstrots terugkrijgen.” Eyes on Animals geeft hen de kennis om tegen foute beslissingen van boeren of veeartsen in te gaan.

De organisatie voert zelf controles uit onderweg, bij slachthuizen en veemarkten. Juist daardoor zijn er goede contacten met de transportsector. „We geven veel positieve feedback”, legt Moffat uit. „Bij het bedrijf VEAX gingen bijvoorbeeld dingen mis. In een gesprek met ons gaven ze dat toe. Wij hebben ze tips gegeven, en sindsdien is de situatie verbeterd.”