Trouw – Twee jaar na het ‘megastallenverbod’ kijkt de provincie Noord-Brabant verder. Het debat over de oppervlakte van veebedrijven was te eng, vindt VVD-gedeputeerde Yves de Boer. Duurzaamheid is belangrijker. ‘Brabant is een gidsprovincie.’

“Noblesse oblige”, zegt de Noord-Brabantse gedeputeerde Yves de Boer (ruimtelijke ontwikkeling). Het bericht eerder in Trouw, dat Brabant overweegt om de regels voor megastallen te versoepelen, heeft opschudding veroorzaakt. VVD’er De Boer (61) offert graag een vrije dag op om uit te leggen wat zijn plannen precies zijn.

Het onderwerp ‘intensieve veehouderij’ ligt gevoelig in de provincie die enkele jaren geleden nog leed onder de Q-koorts, een ziekte die door geitenboerderijen werd verspreid. Bovendien nam tussen 2008 en 2011, toen het regionale maximum voor varkens en kippen werd losgelaten, het aantal dieren in de Oost-Brabantse Peel fors toe.

Brabant was altijd een boerenprovincie, maar het draagvlak voor grootschalige veehouderij nam rap af. De onvrede richtte zich op ‘megastallen’. Een burgerinitiatief verzamelde ruim dertigduizend handtekeningen. Provinciale Staten zetten twee jaar geleden een ‘slot op de muur’ van de boerderijen: geen verhuizingen meer naar grond waar nu geen veebedrijf staat, en geen uitbreidingen tot 1,5 hectare (een ‘megastallenverbod’). De Boers VVD nam het voortouw. Maar sommige boeren die hun bedrijf wilden verplaatsen, kwamen in de problemen door de nieuwe regels, zo liet Trouw eerder zien.

Het debat was te eng, erkent De Boer nu. Hij maakt de geesten rijp voor een nieuw landbouwbeleid, dat oog heeft voor meer dan de omvang van de stal. Hoe duurzaam werkt de boer, hoe diervriendelijk, en hoe gezond voor zijn buren? Een ‘goede’ megastal is dan mogelijk.

Is het niet ontzettend vervelend voor veebedrijven dat de regels steeds veranderen?

“Er zijn ondernemers die vooruitkijken, die haarfijn aanvoelen hoe er over dit soort zaken wordt gedacht. Anderen overkomt het, omdat het zo snel gegaan is. Of je nou pinda’s brandt of hoogovens stookt: naar aanleiding van maatschappelijke ontwikkelingen komen er nieuwe besluiten. Dan moet een ondernemer extra filters op zijn schoorsteen zetten. Onze samenleving zit zo in elkaar.”

In Trouw kwam een boer uit Leende aan het woord, die al grond had aangekocht om zijn bedrijf te verhuizen. Vanwege het ‘slot op de muur’ kan dat niet meer, en zit hij vast in de dorpskern. Is Brabant geen onbetrouwbare overheid?

“Soms komen dan bepaalde mensen in de knel. Maar ik moet vasthouden aan de wet. Ik kan niet zeggen: ‘weet u wat, meneer, doet u maar gewoon.’ Dan mag ik van Provinciale Staten een motie van wantrouwen verwachten.”

Vindt u het terecht dat deze boer niet kan verhuizen?

“Ik heb een lijstje met een aantal knelpunten. Deze ondernemer staat op daarop. Eigenlijk iedereen vindt dat hij uit de bebouwde omgeving weg zou moeten. Een oplossing ligt er nog niet, maar we gaan hier opnieuw over nadenken.”

De nieuwe megastallenregels kwamen niet uit de lucht vallen, vindt De Boer. Wat wél plotseling is gebeurd, erkent hij, is dat de overgangsregels zijn aangescherpt. “Daar kun je van alles van vinden, maar op een moment dat je een besluit neemt, gaat dat besluit in. Ik heb geen enkele behoefte om een waardeoordeel uit te spreken, dat is onder het vorige college gebeurd.”

Dat klinkt niet alsof u erover staat te juichen.

“De maatschappelijke urgentie was groot, het leefde in de samenleving. In alle wijsheid is een besluit genomen, dat rust heeft gebracht. Ik denk dat de provincie het niet slecht heeft gedaan.”

Maar is Brabant tegenover boeren niet onbetrouwbaar geweest?

Met stemverheffing: “Ik kan staven dat ik niet onbetrouwbaar ben geweest. Ik spreek nu over mezelf, over het beleid dat ik de afgelopen anderhalf jaar heb gevoerd.”

Waarom spreekt u alleen over uw eigen periode?

“Ik heb niet de indruk – nee, dat is gestaafd door uitspraken de Raad van State en de rechtbank, dus ik kan gewoon zeggen: ook in de vorige periode was er geen sprake van een onbetrouwbare overheid. Een overheid die willens en wetens anderen benadeelt, dat is niet aan de orde. Wat ik nu wil, is het bereik verbreden, verder dan een oppervlaktemaat van 1,5 hectare.”

Staat het maximum van 1,5 hectare nog?

“Die 1,5 hectare staat, tot we nieuwe ideeën in overleg met de Staten juridisch hebben vastgelegd.”

Maar die 1,5 hectare is voor u niet heilig.

“Die is niet heilig. Voor hetzelfde geld zet je op 1,5 hectare heel veel dieren. Dan heb je veel meer kans op dierziekten, en neemt het dierenwelzijn af. En stel: je hebt er een boer die het top doet qua duurzaamheid en dierenwelzijn, en groter dan 1,5 hectare wil uitbreiden.” De Boer zwijgt even. “Dan volgt een hele lastige afweging. Die wil ik met de Staten maken.

“We moeten toe naar een duurzame ontwikkeling, in de hele keten. Je moet alle knoppen die je daarvoor hebt op het dashboard benoemen, en daaraan draaien.”

Wat zijn die knoppen?

“In willekeurige volgorde: dierenwelzijn, duurzaamheid, volksgezondheid en ruimtelijke kwaliteit. Mensen maken zich bijvoorbeeld druk over geur, uitstoot van stoffen, dierziekten. Ze vragen zich af of hun voedsel wel gezond is, vanwege het gebruik van antibiotica.”

Hoe wilt u aan die knoppen draaien?

“Het idee is: ontwikkeling moet je verdienen. De ontwikkeling van een bedrijf is beperkt, en hangt af van hoe duurzaam het werkt.”

Op initiatief van de provincie Brabant spraken supermarkten en boerenorganisaties eind vorig jaar af dat in 2020 al het vlees in de Nederlandse supermarkt duurzaam moet zijn. Het kabinet roemt dit ‘verbond van Den Bosch’ in het regeerakkoord. “Brabant is een gidsprovincie op het gebied van landbouw”, zegt De Boer.

Op een A4’tje tekent hij een trap met brede hoge treden. Hij wijst naar de onderste trede. “Als we nu hier staan, en we willen allemaal, laten we zeggen, naar de betere wereld toe” – De Boer wijst naar de rechterbovenhoek, en daarna naar de tweede trede – “dan is dit een stap in de goede richting. En daarna scherpen we de maatlat aan voor de volgende trede. En ik denk niet dat dat nog tien jaar duurt.”

Kijken naar allerlei criteria, dat is ingewikkelder dan een harde grens aan de grootte van een stal. Is dit niet te vrijblijvend?

“Als we straks meer weten, bij een volgend interview, dan is die vraag uiterst relevant. We zullen in ieder geval dingen moeten vastleggen in de Verordening Ruimte, of het provinciaal Milieuplan. Maar de grootste druk komt uiteindelijk van de samenleving. Het sterkste instrument is de koopstaking. De acties van Wakker Dier bijvoorbeeld, hebben wel effect gesorteerd.”

Wat gaat u doen met dit plan?

“Dit is de denklijn van het college, niet meer dan dat. Ik wil in het eerste kwartaal van 2013 discussiëren met groepen uit de bevolking, van ‘Stop de Stank’ tot ‘Knak de Worst’. Ik praat met de ondernemers, met terreinbeheerders en de Brabantse Milieufederatie. Het finale debat in de Staten wil ik graag in maart voeren. 2013 is voor mij het jaar van de transitie.”